Toepassing
Artikel 1
Dit reglement is van toepassing op de beroepsopleiding tot uitvaartbegeleider van Meander® Uitvaartopleidingen. Dit reglement is geldig vanaf 1 december 2025.
Doel van de opleiding
Artikel 2
Het doel van de opleiding is mensen op te leiden om op een niveau vergelijkbaar met HBO als uitvaartbegeleider aan de slag te kunnen gaan. Na de opleiding is men toegerust om te gaan werken bij een bestaande uitvaartonderneming of om zich als zelfstandig ondernemer/ uitvaartbegeleider te vestigen. In de achterliggende visie van de opleiding reikt de taak van de uitvaartbegeleider verder dan het regelen van de praktische zaken rond een uitvaart. Zo kan een uitvaartbegeleider naasten ook stimuleren hun eigen wensen te formuleren en hen motiveren om bij de uitvoering daarvan een actieve rol te spelen. Dat vraagt ‘fingerspitzengefühl’. Met deze opleiding wordt een bijdrage geleverd aan de ‘verbreding’ en ‘verdieping’ van het vak als uitvaartbegeleider.
Toelating tot de opleiding
Artikel 3
Voor toelating tot de opleiding moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:
• Een werk- en denkniveau vergelijkbaar met HBO, verkregen door opleiding en/of ervaring.
• Beschikken over ‘bagage’, opgedaan door ervaringen in het leven in de meest brede betekenis van het woord.
• De kandidaat heeft een reflectief vermogen en kan hier woorden voor vinden.
• De kandidaat is in staat contact te maken met de ander, daarvoor is nodig dat de student ook werkelijk met zichzelf contact kan maken.
• De kandidaat heeft geen of beperkte ervaring als uitvaartbegeleider.
• De kandidaat verkeert niet in grote rouw, een indicatie hiervoor kan zijn dat de kandidaat recent (de laatste 2 jaar) geen groot verlies geleden heeft.
Nadat de kandidaat het aanmeld- en intakeformulier en een relevant curriculum vitae met foto heeft opgestuurd, vindt een intakegesprek plaats, bestaande uit de volgende onderdelen:
• Schriftelijk, aan de hand van de ingezonden vragenlijst. De schriftelijke intake is voldoende wanneer de kandidaat in staat is om zich helder en genuanceerd uit te drukken en de Nederlandse taal beheerst.
• Wanneer de schriftelijke intake voldoende is, wordt de student uitgenodigd voor een persoonlijk gesprek. Bij een afwijzing ontvangt de kandidaat de reden van afwijzing per e-mail. Over de argumentatie van de afwijzing wordt verder niet gecorrespondeerd.
Duur van de opleiding
Artikel 4
De opleiding wordt gegeven gedurende 10 maanden en bestaat uit 19 plenaire lesdagen, 9 regiobijeenkomsten, 3 excursies, 3 begeleidingsgesprekken, 3 stages van totaal 9 dagen en de certificaatuitreiking.
De septembergroep start in de eerste helft van september en eindigt het jaar daarop volgend eind juni/begin juli. De januarigroep start eind januari en eindigt medio december van datzelfde jaar.
De studiebelasting van de beroepsopleiding ligt rond de 419 uur.
Inhoud van de opleiding
Artikel 5
De inhoud van de opleiding bestaat globaal uit drie onderdelen:
• Beroepshouding
• Vakvaardigheid
• Kennis
Lesmateriaal
Artikel 6
Het copyright en het eigendomsrecht van het lesmateriaal liggen bij Meander® Uitvaartopleidingen. De inhoud van het lesmateriaal mag niet worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbende.
Het lesmateriaal dat wordt verstrekt aan de student kan worden behouden voor eigen gebruik.
Leermethode
Artikel 7
Uitgangspunt is dat de student zelf verantwoordelijk is voor het eigen leerproces. Als het leerproces om wat voor reden dan ook stagneert, geeft de student dat aan. In overleg met de docent wordt een oplossing gezocht. Dit wordt schriftelijk vastgelegd. De opleidingsmethode is erop gericht dat de student verbinding maakt met de gepresenteerde stof.
Daarom kent de opleiding heel diverse onderdelen:
• Plenaire lesdagen: de rode draad van de opleiding wordt gevormd door de gezamenlijke lesdagen waarin de verschillende dimensies van het vak worden belicht en uitgediept. Het aantal gezamenlijke lesdagen en de invulling daarvan zal per studiejaar worden aangegeven.
• Bestudering van het schriftelijke lesmateriaal: de studenten krijgen per onderwerp schriftelijk materiaal uitgereikt. De student bestudeert deze op de praktijk gebaseerde theorie.
• Het maken van vakvaardigheidsopdrachten.
• Excursies: naast de plenaire lesdagen dient te worden deelgenomen aan de georganiseerde excursies.
• Stages: de student dient drie stages te lopen, te weten overledenenverzorging (twee dagen), in een crematorium (een dag), bij een uitvaartonderneming (zes dagen).
• Opdrachten in regionale groepen: op basis van woonplaats worden groepen van zes studenten geformeerd, waarin bepaalde onderwerpen verder worden uitgediept aan de hand van gerichte opdrachten. Ieder van de studenten neemt een keer de rol van gespreksleider op zich. Ook komt ieder een keer aan de beurt om een kort verslag van zo’n bijeenkomst te maken en dat te presenteren tijdens de plenaire bijeenkomst volgend op die regionale bijeenkomst.
Stages
Artikel 8
De opleiding zorgt voor de drie stages van de studenten. Tussen opleiding en stageadres worden afspraken gemaakt over de omvang en inhoud van de stage. Stagebieder en student dienen zich te houden aan de afgesproken hoeveelheid stagetijd. Als de stagebieder en student samen overeenkomen dat de student langer stage loopt, valt dat buiten de verantwoordelijkheid van de opleiding. Van de student wordt tijdens de stage een zodanige opstelling verwacht dat dit redelijkerwijs niet zal leiden tot verbreking van de stageovereenkomst met de stagebieder dan wel tot verbreking van opgebouwde contacten met de opleiding. Wanneer blijkt dat ten gevolge van de opstelling van een student de stageovereenkomst door de stagebieder wordt verbroken dan wel opgebouwde contacten met de opleiding door de stagebieder worden verbroken, behoudt de opleiding zich het recht voor de student uit te sluiten van verdere deelname aan de opleiding.
Indien de student tijdens de stageperiode problemen zou ervaren in het uitoefenen van de stage dan wel in de contacten met de stagebieder, wordt de student geacht dit onmiddellijk te melden aan de opleiding.
Wanneer de student ten tijde van de opleiding al mee mag lopen in een uitvaartonderneming, al ingewerkt wordt in een bedrijf of daar al werkzaam is, geldt dit bedrijf als stageadres. Dit geldt ook in het geval een student met een uitvaartondernemer afspraken heeft gemaakt om in de nabije toekomst (binnen een jaar na afronding van de studie) op welke wijze dan ook te gaan samenwerken.
Individueel contact tussen student en docent
Artikel 9
Tijdens de middagpauze of na afloop (tussen 16.30 en 17.00 uur) van elke plenaire lesdag is er de mogelijkheid de docent persoonlijk te spreken. De student meldt zich hiervoor aan op de betreffende ochtend vóór aanvang van de plenaire lesdag. Voor dringende zaken kan de student zich per e-mail wenden tot de docent.
Verrichten van werkzaamheden tijdens de opleiding
Artikel 10
Wanneer een student tijdens de opleiding al werkzaam is in de branche of gaat werken als uitvaartbegeleider wordt van de student verwacht dat hij/zij tijdens opleidingsbijeenkomsten terughoudendheid betracht bij het inbrengen van werkervaringen.
Toetsing en criteria
Artikel 11
Criteria voor het behalen van het certificaat van bekwaamheid:
Aanwezigheid:
• De eerste lesdag en certificaatuitreiking kunnen niet gemist worden, daarvoor is de aanwezigheid van de student vereist.
• Van de overige plenaire lesdagen mag er niet meer dan één lesdag gemist worden.
• Het is niet mogelijk om een gemiste les in te halen.
• Van de regiobijeenkomsten mag er maximaal één gemist worden. De student geeft dit door aan de docent.
• De student moet de drie stages doorlopen.
• De student neemt deel aan alle aangeboden excursies.
Beoordeling en begeleiding
De student wordt op drie onderdelen beoordeeld, namelijk op beroepshouding, op vakvaardigheid en op kennis. Om het certificaat van bekwaamheid te kunnen ontvangen moeten de twee kennistesten, onafhankelijk van elkaar, voldoende zijn en moet voldaan zijn aan de vakvaardigheidsopdrachten en de opdrachten rond de beroepshouding.
Beroepshouding
De beroepshouding is uitgewerkt in elf punten (zie bijlage, einde document). Gedurende het gehele opleidingsjaar is er aandacht voor de beroepshouding. Op verschillende momenten krijgt de student hierop individuele begeleiding, namelijk:
• Tijdens de drie individuele begeleidingsgesprekken. Het eerste gesprek is voor alle studenten verplicht en moet op de geplande dag worden gehouden. Het tweede en derde gesprek worden gehouden indien de student en/of de docent daarom verzoekt. In dat geval heeft het ook een verplichtend karakter. Na elk gesprek worden de leerpunten van de student geformuleerd. Het verslag wordt ondertekend door student en docent. Wanneer de student, ondanks aangereikte begeleiding, niet in staat blijkt de leerpunten voldoende op te pakken, heeft de docent de mogelijkheid om tijdens het tweede begeleidingsgesprek een negatief studieadvies te geven. Als de student in dat geval ervoor kiest de opleiding te vervolgen, zal de student gedurende de periode tot en met het derde begeleidingsgesprek moeten laten zien dat de leerpunten daadwerkelijk en voldoende verbeterd zijn. Dit ter beoordeling door de docent. Als tijdens het derde begeleidingsgesprek blijkt dat de verbetering onvoldoende is, wordt de student uitgesloten van het examen.
• Elke student doet minimaal eenmaal verslag van een regiobijeenkomst tijdens de daaropvolgende plenaire bijeenkomst. De student krijgt hierop feedback van de docent. Daarbij worden handvatten aangereikt om de beroepshouding te verbeteren.
Om aan het examen te kunnen deelnemen, dient de student tevens:
• Alle stage- en excursieverslagen te hebben ingeleverd. Als de docent verbeterpunten heeft aangegeven, moeten deze eerst door de student in de verslagen zijn verwerkt. De docent bepaalt of dit voldoende is. De docent geeft eenmaal wijzigingen ter verbetering. Als deze niet worden opgepakt door de student, dit ter beoordeling door de docent, kan de student niet deelnemen aan het examen.
• Dit geldt eveneens voor alle vakvaardigheidsopdrachten.
De beroepshouding wordt beoordeeld op de volgende momenten:
• Tijdens de eindpresentatie.
• Tijdens het eindgesprek waarbij de docent en een gecommitteerde uit het vak aanwezig is.
De student ontvangt feedback van de docent op beide onderdelen. Dit zijn de laatste leermomenten voor de student.
Vakvaardigheid
Vakvaardigheid wordt door middel van een aantal opdrachten beoordeeld (voldaan of niet voldaan). De docent reikt suggesties voor verbetering aan. De student heeft bij ‘niet voldaan’, eenmaal de gelegenheid tot herkansing. Dit geldt bij alle opdrachten.
Kennis
De kennis wordt beoordeeld op twee momenten:
• Kennistest 1 – over de eerste helft van het lesmateriaal
• Kennistest 2 – over de tweede helft van het lesmateriaal
Beide kennistesten moeten voldoende zijn. Herkansing is alleen mogelijk bij een onvoldoende (dat wil zeggen: lager dan 5,5). Herkansing is eenmaal mogelijk bij beide kennistesten. Als de student niet aan de criteria voldoet voor het certificaat van bekwaamheid maar de student heeft wel voldoende deelgenomen aan alle onderdelen van de opleiding, ontvangt de student een certificaat van deelname.
Beëindiging van de opleiding
Artikel 12
De opleiding wordt beëindigd na het behalen van het certificaat van de beroepsopleiding tot uitvaartbegeleider. De opleiding wordt voortijdig beëindigd indien:
• De student daar zelf om verzoekt.
• De opleiding genoodzaakt is de student van verdere deelname aan de opleiding uit te sluiten, om redenen zoals aangegeven in dit reglement.
Na afronding van de opleiding
Artikel 13
De opleiding fungeert niet als vraagbaak voor afgestudeerde studenten. Afgestudeerden wordt geadviseerd elkaar als vraagbaak te gebruiken.
Opleidingskosten
Artikel 14
De opleidingskosten worden jaarlijks vastgesteld en zijn inclusief lesmateriaal, het Meander-examen en het verblijf in het opleidingscentrum. De kosten voor hepatitis-B injecties en reiskosten zijn niet inbegrepen.
De student dient de betalingen van de opleidingskosten tijdig te voldoen, op de wijze zoals is aangegeven bij aanvang van de opleiding. Als een student niet betaalt binnen de op de factuur vermelde termijn(en), behoudt de opleiding zich het recht voor de student vanaf het moment van verstrijken van de betalingstermijn, uit te sluiten van het volgen van onderwijs.
Indien de student de opleiding op eigen initiatief beëindigt of wordt uitgesloten van de opleiding, vindt geen restitutie van de opleidingskosten aan de student plaats.
Annuleringsregeling
Artikel 15
Als de inschrijving wordt geannuleerd, worden de volgende kosten in rekening gebracht:
• Tot 6 weken vóór de eerste opleidingsdatum: € 350,-
• Tussen 6 en 4 weken vóór de eerste opleidingsdatum: € 750,-
• Tussen 4 en 2 weken vóór de eerste opleidingsdatum: € 1733,-
• Vanaf twee weken vóór de eerste opleidingsdatum: het totale bedrag, ook als deze in termijnen zou worden betaald.
Annuleren kan uitsluitend schriftelijk per e-mail of per post.
Indien het lesgeld reeds betaald is en de student kiest ervoor de deelname te annuleren dan zal het lesgeld waarop bovenstaande bedragen in mindering zijn gebracht binnen 30 dagen worden teruggestort op de rekening waarvan de betaling is ontvangen.
Geheimhouding
Artikel 16
De student krijgt tijdens de opleiding kennis van persoonlijke zaken, zowel aangaande collega-studenten, als (gedurende de stages) aangaande professionals, nabestaanden en overledenen. De student dient geheimhouding te betrachten en verleent geen informatie aan derden, dat wil zeggen dat de student geen kennis van genoemde persoonlijke zaken naar buiten brengt. Bij overtreding van de geheimhoudingsplicht behoudt de opleiding zich het recht voor de student uit te sluiten van verdere deelname aan de opleiding.
De instelling heeft een geheimhoudingsplicht betreffende persoonlijke zaken rondom de student die tijdens de opleiding is gedeeld.
De instelling heeft een privacybeleid opgesteld dat is vastgelegd in de Privacyverklaring welke is gepubliceerd op onze website www.meanderuitvaartopleidingen.nl
Uitsluiting van de opleiding
Artikel 17
In geval een student, naar de mening van de docent en/of medestudenten, storend werkt binnen de opleidingsgroep, wordt deze student hierop zo snel mogelijk persoonlijk aangesproken door de docent. In een gesprek tussen de betreffende student en de docent wordt geprobeerd te achterhalen wat er aan de hand is en wordt geformuleerd hoe de storende invloed opgeheven kan worden. Wanneer, volgens de docent en/of de medestudenten, het storende gedrag in de daaropvolgende bijeenkomst blijft voortbestaan, volgt een tweede gesprek waarin op schrift wordt vastgelegd op welke punten de student zijn houding en gedrag dient aan te passen. Als de student zich, volgens de docent, daaraan tijdens de daarop volgende bijeenkomst(en) niet houdt, wordt de student per direct uitgesloten van de opleiding.
Beroepscommissie
Artikel 18
Bij verschil van mening tussen de student en de opleiding, over zaken die de opleiding aangaan, waaronder het functioneren van de student binnen de opleiding en de beoordeling daarvan, alsmede omtrent de toepassing van het opleidingsreglement, kan de student zich wenden tot de directeur van Meander® Uitvaartopleidingen. De klacht moet schriftelijk worden ingediend en wordt vertrouwelijk behandeld. De directeur zal binnen twee werkdagen een ontvangstbevestiging doen toekomen. Binnen twee weken zal er inhoudelijk op de klacht worden ingegaan. Uiterlijk binnen acht weken na indiening moet de klacht zijn afgehandeld. Mocht ook dit niet tot een oplossing leiden dan kan de student in beroep gaan bij de beroepscommissie en kan contact opnemen met de voorzitter van de commissie.
De beroepscommissie bestaat uit drie onafhankelijke leden, te weten een deskundige op het gebied van onderwijs, een deskundige op het gebied van uitvaarten en een juridisch deskundige. De commissie wordt geacht onafhankelijk op te treden en een bemiddelende rol te spelen. De commissie zal zowel de student als de opleiding horen en zal vervolgens binnen zes weken uitspraak doen. De uitspraak van de geschillencommissie is bindend.
De afhandeling van het klacht wordt geregistreerd en gedurende minimaal 5 jaar bewaard.
Ontsnappingsclausule
Artikel 19
Het opleidingsinstituut is gerechtigd de opleiding geen doorgang te laten vinden wanneer er te weinig deelnemers zijn of in geval van overmacht. In geval van ziekte van de docent zal de opleiding voor een vervanger zorgen. Bij overmacht zal een lesdag worden verzet naar een nader door de opleiding te bepalen dag.
Opleidingsreglement
Artikel 20
• In alle gevallen waarin dit opleidingsreglement niet voorziet, beslist de opleiding.
• Wanneer wijziging van het opleidingsreglement plaatsvindt, wordt aan de studenten van het lopende studiejaar een afschrift van het gewijzigde reglement verstrekt.
BIJLAGE – DE BEROEPSHOUDING VAN DE STUDENT (competenties)
1. Je hebt een vertrouwenwekkende uitstraling. Je bent toegankelijk, hebt geen muurtje om je heen. Je bent alert en straalt rust uit. Je hebt aandacht voor dat waar je mee bezig bent. Je houding is rechtop. Je straalt autoriteit uit. Je ziet er verzorgd uit. Je kleding past bij jou als persoon en bij de situatie. Hetzelfde geldt voor je kapsel. Gedurende de gehele opleiding en specifiek tijdens de presentatie en het eindgesprek kleed je je representatief.
2. Je laat jezelf zien en je neemt verantwoordelijkheid. Je weet ook waar jouw verantwoordelijkheid ophoudt. Je kunt dus grenzen stellen.
3. Je hebt zelfkennis, je kent je sterke punten en weet ook wat je zwakke kanten en valkuilen zijn. Het is belangrijk om met de zwakke kanten en valkuilen niet krampachtig om te gaan. Als je iets niet kunt of weet, zoek je iets of iemand die je daarbij kan helpen. Je weet wat je nodig hebt om in balans te blijven.
4. Je bent bereid kritisch naar jezelf te kijken, je staat open als anderen jou iets willen leren en je bent bereid iets in beweging te zetten.
5. Je bent in staat af te stemmen op de verschillende situaties die zich voordoen. Er bestaan namelijk verschillen in de mate waarin mensen open willen en kunnen zijn, er zijn verschillen in reageren bij verwacht en onverwacht overlijden en in omgangsvormen bij diverse sociale milieus. Ook ben je in staat om af te stemmen op andere professionals waarmee je te maken hebt (zoals chauffeurs, mortuarium- en crematoriummedewerkers). Je krijgt te maken met verschillende belangen en visies.
6. Je bent in staat om te gaan met stress. Een uitvaart wordt per definitie in een beperkt aantal dagen georganiseerd. Steeds is er de tijd die dwingt om beslissingen te nemen (zoals de sluitingstijd voor het aanleveren van een advertentie, het gegeven dat wie het eerst komt, het eerst maalt: bij reserveringen in het crematorium, op de begraafplaats, voor auto’s). Van belang is dat je prioriteiten stelt. Ook wanneer je alles tot in de puntjes hebt georganiseerd, kan er altijd iets misgaan (files, spreker neemt veel meer tijd dan afgesproken, techniek laat het afweten). Het is belangrijk om niet in paniek te raken, maar om kalm te blijven en gepast te handelen.
7. Het grootste deel van je werk bestaat uit organiseren. Nodig is om diverse mensen te bellen, tijdstippen met hen af te spreken en die tijdstippen op elkaar af te stemmen, om activiteiten te coördineren en mensen te instrueren, om formulieren in te vullen, te mailen, draaiboeken te maken en die weer aan te passen. Je houdt overzicht over de diverse activiteiten en je blijft scherp op de onderlinge verbanden.
8. Als uitvaartbegeleider dien je flexibel te zijn, mee te kunnen bewegen in dat wat nodig is. Dit geldt enerzijds voor het werk zelf. Als er een bepaald draaiboek is afgesproken terwijl er ter plekke iets anders nodig blijkt te zijn, mag het niet de uitvaartbegeleider zijn die de zaak tegenhoudt. Aanpassingen moeten kunnen, echter wel binnen redelijke marges. Anderzijds geldt flexibiliteit ook wat betreft je inzetbaarheid in het werk. Bedrijven hanteren verschillende systemen. Als er met roosters wordt gewerkt, zijn de werktijden vastgesteld. Toch kan het prettig zijn als de uitvaartbegeleider daar niet al te star aan vast wil houden. Bij kleinere bedrijven geldt vaak een grote mate van oproepbaarheid. Het is belangrijk om daarmee om te leren gaan.
9. Details zijn van het grootste belang. Het gaat erom dat je de puntjes op de i zet in attentheid naar de naasten, in organisatie en in vormgeving. Aandacht is hierbij essentieel; in het hier en nu zijn. Je hebt een fijngevoeligheid voor symbolen en rituelen. Om kunnen gaan met stilte is daarbij erg belangrijk.
10. Wat betreft je mondelinge uitdrukkingsvaardigheid: je bent goed verstaanbaar en je kunt kernachtig formuleren. Je spreekt en schrijft correct Nederlands.
11. In de opleiding tot uitvaartbegeleider doorloop je een proces van innerlijke groei tot gids voor de naasten en soms ook de stervende. De vorming en ontwikkeling van jou als mens vraagt om oefening en geduld. We verwachten daarom dat je voor het maken van opdrachten geen gebruik maakt van AI, maar van jouw eigen creativiteit en denkvermogen.
Wij zien het werk van de uitvaartbegeleider als een ambacht. Jij bent de kunstenaar die uit bestaande materie iets nieuws schept. Onze visie op AI is een andere: het reproduceert en vermenigvuldigt, maar het schept niets nieuws. Het kunstwerk wordt door de kunstenaar gemaakt.
De teksten die wij in de opleiding van je willen zien gaan over jou en jouw ontwikkeling van een visie op het vak van uitvaartbegeleider. Dat is een zoekend proces waarbij je tot jouw kern wilt komen. Dat is iets dat AI niet voor je kan doen. Daarbij zijn onze docenten ervoor om jouw van feedback te voorzien in jouw leerproces en niet om het resultaat van een AI-opdracht feedback te geven. Je kan wel AI gebruiken als woordenboek, om de betekenis op te zoeken of de achtergrond van iets, en als spellingschecker.
Het is verboden het lesmateriaal te uploaden om samenvattingen te maken of iets van dien aard, daarmee schaad je het auteursrecht en dat kan grote consequenties hebben.
We nodigen je uit om de vragen, obstakels of hindernissen die je tegenkomt, in te brengen in de regiogroep of tijdens de plenaire lesdagen. Hierdoor ontstaat er de mogelijkheid om van en met elkaar te leren. Daarnaast vragen we je om reflectie op het gebruik van AI. Wat betekent het voor jouzelf als uitvaartbegeleider om wel of geen gebruik te maken van AI? Wat betekent het voor een gezin of familie wanneer een uitvaartbegeleider gebruikmaakt van AI? En wie bepaalt dat? Het gebruik van AI zien we als een bewuste keuze, die vraagt om een zorgvuldige afweging en ontwikkeling van jouw eigen visie hierop.
Deze elf componenten van de beroepshouding worden gedurende de opleiding gemeten. Dat wat je laat zien tijdens de plenaire lesdagen vormt hiervoor de basis. Uitgangspunt in onze opleiding is immers dat je jezelf als persoon meeneemt in het vak. Dat doe je niet alleen als je als uitvaartbegeleider aan het werk bent, maar ook als je als student deelneemt aan de opleiding. Het is van belang dat de student zich dit uitgangspunt realiseert.