"waar passie en professionaliteit natuurlijk samenstromen"
038 421 43 81

Reglement Beroepsopleiding

Toepassing
Artikel 1
Dit reglement is van toepassing op de beroepsopleiding uitvaartbegeleider 2017-2018. Dit reglement geldt vanaf 1 augustus 2017.

Doel van de opleiding
Artikel 2
Het doel van de opleiding is mensen op te leiden om op een niveau vergelijkbaar met HBO, als uitvaartbegeleider aan de slag te kunnen gaan. Na de opleiding is men toegerust om te gaan werken bij een bestaande uitvaartonderneming of om zich als zelfstandig ondernemer te vestigen. In de achterliggende visie van de opleiding reikt de taak van de uitvaartbegeleider verder dan het regelen van de praktische zaken rond een uitvaart. Zo kan een uitvaartbegeleider naasten ook stimuleren hun eigen wensen te formuleren en hen motiveren om bij de uitvoering daarvan een actieve rol te spelen. Dat vraagt ‘fingerspitzengefühl’.
Met deze opleiding wordt een bijdrage geleverd aan de ‘verbreding’ en ‘verdieping’ van het vak. 
 
Toelating tot de opleiding

Artikel 3
Voor toelating tot de opleiding moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: 

  • Een werk- en denkniveau vergelijkbaar met HBO, verkregen door opleiding en/of ervaring.
  • Beschikken over ‘bagage’, opgedaan door ervaringen in het leven in de meest brede betekenis van het woord.
  • De kandidaat heeft een reflectief vermogen en kan hier woorden voor vinden.
  • De kandidaat is in staat contact te maken met de ander, daarvoor is nodig dat de student ook werkelijk met zichzelf contact kan maken. 
  • De kandidaat mag niet reeds als uitvaartbegeleider werkzaam zijn.
  • De kandidaat heeft recent (de laatste 2 jaar) geen groot verlies geleden.

Nadat de kandidaat het aanmeld- en intakeformulier en een relevant curriculum vitae met foto heeft opgestuurd, vindt een intake plaats, bestaande uit de volgende onderdelen:

  • Schriftelijk, aan de hand van de ingezonden vragenlijst. De schriftelijke intake is voldoende wanneer de kandidaat in staat is om zich helder en genuanceerd uit te drukken en de Nederlandse taal beheerst.
  • Wanneer de schriftelijke intake voldoende is, wordt de student uitgenodigd voor een persoonlijk gesprek. Bij een afwijzing ontvangt de kandidaat de reden van afwijzing per mail. De kandidaat krijgt de mogelijkheid aangereikt van een telefonische toelichting op de reden van afwijzing. Over deze argumentatie wordt niet gecorrespondeerd.

Duur van de opleiding
Artikel 4
De opleiding duurt van september 2017 t/m de certificaatuitreiking in juni 2018.

Inhoud van de opleiding
Artikel 5
De inhoud van de opleiding bestaat globaal uit drie onderdelen:

  • Beroepshouding
  • Vakvaardigheid
  • Kennis

Leermethode
Artikel 6

  • Uitgangspunt is dat de student zelf verantwoordelijk is voor het eigen leerproces. Als het leerproces om wat voor reden dan ook stagneert, geeft de student dat aan. In overleg met de docent wordt een oplossing gezocht. Dit wordt schriftelijk vastgelegd.
  • De opleidingsmethode is erop gericht dat de student verbinding maakt met de gepresenteerde stof. Daarom kent de opleiding heel diverse onderdelen:
    • Plenaire bijeenkomsten: de rode draad van de opleiding wordt gevormd door de plenaire bijeenkomsten waarin de verschillende dimensies van het vak worden belicht en uitgediept. Het aantal plenaire bijeenkomsten en de invulling daarvan zal per studiejaar worden aangegeven.
    • Bestudering van het schriftelijke lesmateriaal: de studenten krijgen per onderwerp schriftelijk materiaal uitgereikt. De student bestudeert deze op de praktijk gebaseerde theorie.
    • Excursies: naast de plenaire bijeenkomsten dient te worden deelgenomen aan de georganiseerde excursies.
    • Stages: de student dient drie stages te lopen, te weten overledenenverzorging (twee dagen), in een crematorium (een dag), bij een uitvaartonderneming (zes dagen).
    • Opdrachten in regionale groepen: op basis van woonplaats worden groepen van maximaal zes studenten geformeerd, waarin bepaalde onderwerpen verder worden uitgediept aan de hand van gerichte opdrachten. Ieder van de studenten neemt een keer de rol van gespreksleider op zich. Ook komt ieder een keer aan de beurt om een kort verslag van zo’n bijeenkomst te maken en dat te presenteren tijdens de plenaire bijeenkomst volgend op die regionale bijeenkomst. 

Stages
Artikel 7
De opleiding zorgt voor de drie stages van de studenten. De stageadressen ontvangen daarvoor een vergoeding, betaald door de opleiding.
 
Tussen opleiding en stageadres worden afspraken gemaakt over de omvang en inhoud van de stage. Stagebieder en student dienen zich te houden aan de afgesproken hoeveelheid stagetijd. Als de stagebieder en student samen overeenkomen dat de student langer stage loopt, valt dat buiten de verantwoordelijkheid van de opleiding.
 
Van de student wordt tijdens de stage een zodanige opstelling verwacht dat dit redelijkerwijs niet zal leiden tot verbreking van de stageovereenkomst met de stagebieder dan wel tot verbreking van opgebouwde contacten met de opleiding. Wanneer blijkt dat ten gevolge van de opstelling van een student de stageovereenkomst door de stagebieder wordt verbroken dan wel opgebouwde contacten met de opleiding door de stagebieder worden verbroken, behoudt de opleiding zich het recht voor de student uit te sluiten van verdere deelname aan de opleiding.
 
Indien de student tijdens de stageperiode problemen zou ervaren in het uitoefenen van de stage dan wel in de contacten met de stagebieder, wordt de student geacht dit onmiddellijk te melden aan de opleiding.   

Wanneer de student ten tijde van de derde stage al mee mag lopen in een uitvaartonderneming, al ingewerkt wordt in een bedrijf of daar al werkzaam is, geldt dit bedrijf als stageadres. Dit geldt ook in het geval een student met een uitvaartondernemer afspraken heeft gemaakt om in de nabije toekomst (binnen een jaar na afronding van de studie) op welke wijze dan ook te gaan samenwerken. 
  
Individueel contact tussen student en docent
Artikel 8
Tijdens de middagpauze of na afloop (tussen 16.30 en 17.00 uur) van elke plenaire bijeenkomst is er de mogelijkheid de docent persoonlijk te spreken. De student meldt zich hiervoor aan op de betreffende ochtend vóór aanvang van de plenaire bijeenkomst. Voor dringende zaken kan de student zich per e-mail wenden tot de docent. 
 
Verrichten van werkzaamheden tijdens de opleiding

Artikel 9
Wanneer een student tijdens de opleiding gaat werken als uitvaartbegeleider - hetgeen door de opleiding in ieder geval in het eerste half jaar nadrukkelijk wordt afgeraden - wordt van de student verwacht dat hij/zij tijdens opleidingsbijeenkomsten terughoudendheid betracht bij het inbrengen van werkervaringen.
 
Toetsing en criteria
Artikel 10
Criteria voor het behalen van het certificaat van bekwaamheid: 
Aanwezigheid:

  • Van de plenaire bijeenkomsten mogen er maximaal twee gemist worden. Het is niet mogelijk om een gemiste les bij de parallelgroep in te halen. 
  • Van de regiobijeenkomsten mag er maximaal één gemist worden. De student geeft dit door aan de docent.
  • De student moet de drie stages doorlopen.
  • De student neemt deel aan alle aangeboden excursies.

Beoordeling en begeleiding:
De student wordt op drie onderdelen beoordeeld, namelijk op beroepshouding, op vakvaardigheid en op kennis. Om het certificaat van bekwaamheid te kunnen ontvangen moeten alle drie de onderdelen, onafhankelijk van elkaar, voldoende zijn.
 
Beroepshouding
De beroepshouding is uitgewerkt in tien punten (zie bijlage). Gedurende het gehele opleidingsjaar is er aandacht voor de beroepshouding. Op verschillende momenten krijgt de student hierop individuele begeleiding, namelijk: 

  • Tijdens de drie individuele begeleidingsgesprekken. Het eerste gesprek is voor alle studenten verplicht en moet op de geplande dag worden gehouden. Het tweede en derde gesprek worden alleen gehouden indien de student en/of de docent daarom verzoekt. In dat geval heeft het ook een verplichtend karakter. Na elk gesprek worden de leerpunten van de student geformuleerd. Het verslag wordt ondertekend door student en docent. Wanneer de student, ondanks aangereikte begeleiding, niet in staat blijkt de leerpunten voldoende op te pakken, heeft de docent de mogelijkheid om tijdens het tweede begeleidingsgesprek een negatief studieadvies te geven. Als de student in dat geval ervoor kiest de opleiding te vervolgen, zal de student gedurende de periode tot en met het derde begeleidingsgesprek moeten laten zien dat de leerpunten daadwerkelijk en voldoende verbeterd zijn. Dit ter beoordeling door de docent. Als tijdens het derde begeleidingsgesprek blijkt dat de verbetering onvoldoende is, wordt de student uitgesloten van het examen. 
  • Elke student doet minimaal eenmaal verslag van een regiobijeenkomst tijdens de daarop volgende plenaire bijeenkomst. De student krijgt hierop feedback van de docent. Daarbij worden handvatten aangereikt om de beroepshouding te verbeteren.

Om aan het examen te kunnen deelnemen, dient de student ook:

  • Alle stage- en excursieverslagen te hebben ingeleverd. Als de docent verbeterpunten heeft aangegeven, moeten deze eerst door de student in de verslagen zijn verwerkt. De docent bepaalt of dit voldoende is. De docent geeft eenmaal wijzigingen ter verbetering. Als deze niet worden opgepakt door de student, dit ter beoordeling door de docent, kan de student niet deelnemen aan het examen.
  • Dit geldt eveneens voor alle vakvaardigheidsopdrachten.

De beroepshouding wordt beoordeeld op de volgende momenten: 

  • Tijdens de eindpresentatie.
  • Tijdens het eindgesprek waarbij naast de docent ook een gecommitteerde uit het vak aanwezig is.

Beide onderdelen moeten voldoende zijn. 
Herkansing op het onderdeel ‘beroepshouding’ is niet mogelijk.
 
Vakvaardigheid
Vakvaardigheid wordt door middel van een aantal opdrachten beoordeeld (voldaan of niet voldaan). De docent reikt suggesties voor verbetering aan. De student heeft bij ‘niet voldaan’, eenmaal de gelegenheid tot herkansing. Dit geldt bij alle opdrachten.
 
Kennis
De kennis wordt beoordeeld op twee momenten:

  • Kennistest 1 - over de eerste helft van het lesmateriaal
  • Kennistest 2 - over de tweede helft van het lesmateriaal

Beide kennistesten moeten voldoende zijn. Herkansing is alleen mogelijk bij een onvoldoende (dat wil zeggen: lager dan 5,5). Herkansing is eenmaal mogelijk bij beide kennistesten.
 
Als de student niet aan de criteria voldoet voor het certificaat van bekwaamheid maar de student heeft wel voldoende deelgenomen aan alle onderdelen van de opleiding, ontvangt de student een certificaat van deelname. 
 
Beëindiging van de opleiding
Artikel 11
De opleiding wordt beëindigd na het behalen van het certificaat van de beroepsopleiding tot uitvaartbegeleider.
De opleiding wordt voortijdig beëindigd indien:

  • De student daar zelf om verzoekt.
  • De opleiding genoodzaakt is de student van verdere deelname aan de opleiding uit te sluiten, om redenen zoals aangegeven in dit reglement.

Na afronding van de opleiding
Artikel 12
De opleiding fungeert niet als vraagbaak voor afgestudeerde studenten. Afgestudeerden wordt geadviseerd elkaar als vraagbaak te gebruiken. 
 
Opleidingskosten
Artikel 13 

  • De opleidingskosten worden jaarlijks vastgesteld en zijn inclusief lesmateriaal, het Meanderexamen en het verblijf in het opleidingscentrum. De kosten voor hepatitis-B injecties en reiskosten zijn niet inbegrepen.
  • De student dient de betalingen van de opleidingskosten tijdig te voldoen, op de wijze zoals is aangegeven bij aanvang van de opleiding. Als een student niet betaalt binnen de op de factuur vermelde termijn(en), behoudt de opleiding zich het recht voor de student vanaf het moment van verstrijken van de betalingstermijn, uit te sluiten van het volgen van onderwijs.
  • Indien de student de opleiding op eigen initiatief beëindigt of wordt uitgesloten van de opleiding, vindt geen restitutie van de opleidingskosten aan de student plaats.

Annuleringsregeling
Artikel 14
Als de inschrijving wordt geannuleerd, worden de volgende kosten in rekening gebracht aan de student:
Tot 6 weken voor de 1e lesdag € 950.
Tot 5 weken voor de 1e lesdag 50% van de totale opleidingskosten.
Tot 4 weken voor de 1e lesdag 75% van de totale opleidingskosten.
Vanaf 4 weken voor aanvang van de opleiding 100% van de opleidingskosten.
Annuleren kan uitsluitend per post of e-mail.
 
Geheimhouding
Artikel 15
De student krijgt tijdens de opleiding kennis van persoonlijke zaken, zowel aangaande collega-studenten, als (gedurende de stages) aangaande professionals, nabestaanden en overledenen. De student dient geheimhouding te betrachten en verleent geen informatie aan derden, dat wil zeggen dat de student geen kennis van genoemde persoonlijke zaken naar buiten brengt. Bij overtreding van de geheimhoudingsplicht behoudt de opleiding zich het recht voor de student uit te sluiten van verdere deelname aan de opleiding.
 
Uitsluiting van de opleiding

Artikel 16
In geval een student, naar de mening van de docent en/of medestudenten, storend werkt binnen de opleidingsgroep, wordt deze student hierop zo snel mogelijk persoonlijk aangesproken door de docent. In een gesprek tussen de betreffende student en de docent wordt geprobeerd te achterhalen wat er aan de hand is en wordt geformuleerd hoe de storende invloed opgeheven kan worden. Wanneer, volgens de docent en/of de medestudenten, het storende gedrag in de daarop volgende bijeenkomst blijft voortbestaan, volgt een tweede gesprek waarin op schrift wordt vastgelegd op welke punten de student zijn houding en gedrag dient aan te passen. Als de student zich, volgens de docent, daaraan tijdens de daarop volgende bijeenkomst(en) niet houdt, wordt de student per direct uitgesloten van de opleiding.
 
Geschillencommissie
Artikel 17
Bij verschil van mening tussen de student en de opleiding omtrent zaken die de opleiding aangaan, waaronder het functioneren van de student binnen de opleiding en de beoordeling daarvan, alsmede omtrent de toepassing van het opleidingsreglement, zal in eerste instantie in onderling overleg tussen student en docent worden getracht tot een oplossing te komen. Mocht dit niet tot een oplossing leiden, dan kan de student zich wenden tot de directeur van Meander. Mocht dat ook niet tot een oplossing leiden dan heeft de student de mogelijkheid zich te wenden tot de geschillencommissie.
 
De geschillencommissie bestaat uit drie onafhankelijke leden, te weten een deskundige op het gebied van onderwijs, een deskundige op het gebied van uitvaarten en een juridisch deskundige. De commissie wordt geacht onafhankelijk op te treden en een bemiddelende rol te spelen. De commissie zal zowel de student als de opleiding horen en zal vervolgens binnen zes weken uitspraak doen. De uitspraak van de geschillencommissie is bindend. De student kan contact opnemen met de voorzitter van de commissie mr. W.N. Everts, via telefoonnummer: 06 49 752 757.
 
Ontsnappingsclausule
Artikel 18
Het opleidingsinstituut is gerechtigd de opleiding geen doorgang te laten vinden wanneer er te weinig deelnemers zijn of in geval van overmacht. In geval van ziekte van de docent of overmacht zal een lesdag worden verzet naar een nader door de opleiding te bepalen dag. Reden hiervan is het specifieke karakter van de opleiding.
 
Opleidingsreglement
Artikel 19 

  • In alle gevallen waarin dit opleidingsreglement niet voorziet, beslist de opleiding.
  • Wanneer wijziging van het opleidingsreglement plaatsvindt, wordt aan de studenten van het lopende studiejaar een afschrift van het gewijzigde reglement verstrekt.  

Zwolle, augustus 2017

Lees ook de bijlage bij dit reglement: Beroepshouding (competenties)

Meander Uitvaartopleidingen | Zonnebloemstraat 31 | 8012 XH Zwolle
Openen in nieuw venster